welkom » vervolg nieuwsbrief

Pastorale brief 16

Beste gemeenteleden,

Tijdens de zomermaanden, met name in juli en augustus, zijn veel mensen gewend om vakantie te hebben en op reis te gaan. Vanwege de buitengewone, onberekenbare omstandigheden van dit jaar zullen waarschijnlijk lang niet alle vakantieplannen doorgaan. Toch zullen vast veel mensen straks enige tijd op reis gaan; lukt dit niet in het beoogde verre buitenland, dan vermoedelijk toch wel in eigen land of in een buurland.

Gedurende die vakantieperiode kan het voor de thuisblijvers akelig stil worden. Dat laatste geldt vooral voor degenen die, bijvoorbeeld door gezondheidsproblemen, noodgedwongen niet meer op reis kunnen gaan. Vandaar nu mijn pastorale oproep: Laten we deze zomer letten op de eenzaamheid van oudere alleenstaanden. Voor hen is het al sinds de maand maart jongstleden doodstil; toen begon immers de zogenaamde ‘intelligente lockdown’ met al zijn beperkingen inzake sociale contacten. Een hoogbejaard gemeentelid zei telefonisch verzuchtend tegen mij: “Het is net alsof je al dood bent. Je ziet niemand meer.” Zo’n uitspraak moet ons te denken geven!

Laten we – zij het op ‘veilige afstand’ – solidair zijn en blijven met onze gemeenteleden. Laten we de beschikbare middelen benutten om contacten te onderhouden met mensen die door de coronacrisis dreigen te vereenzamen en gedeprimeerd raken. Even een telefoontje of een mailtje, een briefje of een kaartje kan iemand al enorm goed doen! Zo ook de bezorging van een bloemetje. Het is voor de geadresseerde gewoon fijn om een levensteken te ontvangen, en te merken dat er aan hem of haar gedacht wordt.

Zo’n levensteken kan zelfs nog vanaf een vakantieadres gegeven worden. Ook al verdwijnen er helaas steeds meer brievenbussen uit het straatbeeld, toch blijft een ansichtkaart of een kunstkaart via de aloude ‘slakkenpost’ een mooie optie. De oude slogan ‘Een kaartje, kleine moeite, groot plezier’ geldt m.i. nog steeds.

  

Zomerstilte tijdens de coronacrisis → Tijd voor correspondentie!

Mede namens mijn collega’s Ds. Annemiek Boonstra en Ds. Hester Wouda groet ik u allen hartelijk,

Ds. Peter van Ool

PASTORALE BRIEF 15 Brood uit de hemel

Op 16 maart maakte ik op mijn computer een nieuwe map aan onder de titel ‘Corona’. Achteraf best vreemd om daar een aparte map voor aan te maken, want wat erin staat zou ook in andere mappen kunnen. De nieuwbrieven kunnen bijvoorbeeld onder het kopje ‘Dorpsgast’ en de digitale diensten kunnen onder het kopje ‘diensten’. Het staat nu apart gezet, alsof het een kleine uitzondering is die snel verplaatst kan worden naar de map ‘oud’. Dat zou ik graag doen, maar de map ‘Corona’ is al vrij groot aan het worden en groeit nog steeds.

Het lijkt alsof ik niet de enige ben die de afgelopen tijd graag achter zich wil laten in de map ‘oud’, om verder te gaan waar we gebleven waren. Er is een groeiend onbehagen over de ‘anderhalve-meter-samenleving’. Er zijn demonstraties waarbij mensen elkaar knuffelen en er worden aanklachten ingediend daar waar grondrechten worden aangetast door corona-maatregelen. Niet onterecht misschien, maar het feit dat we beginnen te morren is wel opvallend. Het doet me denken aan het morren van het volk in de woestijn uit Exodus. Het volk is bevrijd, gaat op weg, maar na een tijd zijn de voorraden uitgeput. Het volk begint zich te beklagen. In de oude (NBG) vertaling staat: toen morde het volk. Morren is een ontevreden geluid maken, pruttelen, mopperen. ‘Mòtjen’ staat in de Groninger Bijbel; ‘prottelje’ in de Friese versie. Een onverstaanbaar geluid maken als uiting van ontevredenheid. Er is behoefte aan voedsel, brood, maar ook aan geestelijk voedsel, aan zekerheid en antwoorden.

Het morren van het volk vraagt om pasklare antwoorden, maar krijgt in plaats daarvan een vraag. Want de volgende ochtend ‘bleek de woestijn bedekt met een fijn, schilferachtig laagje’ (16:14). ‘Manna’ staat er. Dat is lastig te vertalen, maar het kan worden opgevat als de vraag: ‘Wat is dat?’. ‘Dat is het brood dat de Heer u te eten geeft…’ zegt Mozes. Ze mogen er vervolgens alleen van nemen wat genoeg is voor die dag. Het is moeilijk om dat te doen. Sommigen nemen toch meer, maar de volgende dag zitten er wormen in.

Het is een les die we ook in deze tijd mee kunnen nemen. Om tevreden te zijn met dat wat we nodig hebben, zodat er voor iedereen genoeg is. Naast het morren lijkt ook dat te gebeuren, dat we ons opnieuw bezinnen op hoe we om gaan met de schepping, met elkaar, met onszelf en met God. Kunnen we het brood uit de hemel zien in de kleine dingen die ons toevallen? Een bemoedigend woord, een gesprekje zomaar op straat, plotseling toch een idee dat je verder helpt. Je verwonderd afvragen: Manna? Wat is dat?

Er komen steeds meer versoepelingen en we mogen bijna weer in de kerk samenkomen. De afgelopen periode achter ons laten zal niet gaan, eerder wordt het een deel van ons. Misschien is het daarom beter om de map ‘Corona’ niet te verplaatsen naar ‘oud’. Want wat de afgelopen periode allemaal gebeurde kunnen we niet wegwuiven. De ziekte die schade aanrichtte en dodelijke slachtoffers eiste. Ondernemers die hun werk in rook op zagen gaan. Ouderen die niet bezocht konden worden. Kinderen uit kwetsbare gezinnen die thuis risico’s liepen. Jongeren die getroffen zijn door het ontbreken van structuur en sociale contacten.

Het zijn schrijnende gevolgen van de corona-crisis die nog steeds aan de orde van de dag zijn. Het stelt ons geloof op de proef. We morren en oefenen ons Godsvertrouwen. Dat betekent niet altijd pasklare antwoorden krijgen, maar af en toe vragen: ‘ma na’, wat is dat?

Wat is jouw brood uit de hemel?

Alle goeds en Gods zegen, ook namens mijn collega’s Peter van Ool en Annemiek Boonstra,

Hester Wouda

Pastorale brief 14

Beste gemeenteleden,

Epidemieën en zeker pandemieën leken tot voor kort misschien tot het verleden te behoren. We kenden wel enge verhalen over de pest, de pokken en de Spaanse griep, maar die speelden lang vóór onze tijd. Epidemieën leken ook ver weg; ze troffen Europa niet, tót het coronavirus ging rondwaren. Inmiddels weten we wel beter. De pandemie van het coronavirus heeft wereldwijd tot nu toe al veel leed teweeg gebracht. Honderdduizenden mensen hebben al aan deze virusziekte geleden en vele tienduizenden zijn er reeds aan bezweken. Ook Nederland heeft tal van slachtoffers te betreuren. De coronacrisis duurt maar voort, en drukt een stempel op ieders leefwijze. Van iedereen wordt immers verantwoord preventief gedrag verwacht, wat de nodige beperkingen in de bewegingsvrijheid met zich meebrengt. En het einde van deze crisis, die ook ingrijpende economische gevolgen zal hebben, is nog niet in zicht.

Hoe zien we de huidige crisissituatie in het licht van het christelijk geloof? De pandemie van het coronavirus roept bij menige christen geloofsvragen op. Zeker wanneer er berichten circuleren, waarin de pandemie voorgesteld wordt als ‘een vingerwijzing Gods’ of zelfs een ‘straf van God’, rijzen zulke vragen. Zo beweerde Marian Eleganti, hulpbisschop van het Zwitserse diocees Chur, onlangs dat de pandemie een straf voor goddeloosheid van de mensen zou zijn. Inmiddels is deze onheilsprofeet door zijn kerkelijke overheid vermaand en ‘onder curatele gesteld’. Hij mag geen uitspraken meer doen zonder overleg vooraf. Zeer terecht! Zo iemand is m.i. niet alleen naïef of cynisch, hij dwaalt ernstig. Om twee redenen vind ik het zeer kwalijk, wat hij beweerde. Wie een ziekte voorstelt als een straf beschuldigt en stigmatiseert de zieken; feitelijk verklaart hij slachtoffers tot daders! Tevens ontneemt zo iemand mensen het geloof in een goede God die van mensen houdt. En dát is toch juist het godsbeeld van het Nieuwe Testament! De Heer is – zo leert Jezus van Nazareth ons – als een genadige, barmhartige vader (Vgl. Lucas 15,11-32). Hij heeft ons niet geschapen om ons te teisteren en te kwellen met ernstige ziekten. In tegendeel! De Heer is onze steun en toeverlaat. Hij zal de mensheid, en ieder van ons persoonlijk, dóór deze crisis heen helpen! Hij biedt zelfs de meest kwetsbaren perspectief, Bij Hem kunnen wij de kracht, troost en bemoediging vinden, die wij nodig hebben om vol te houden en moedig voorwaarts te gaan. Laten we op onze hoede zijn voor uitspraken van degenen die heel goed menen te weten wat God wil! Laten we vooral heel dicht bij het nieuwtestamentische getuigenis blijven: God openbaart Zich in Jezus Christus als het Heil der wereld. De God van Jezus Christus is een God van Liefde. Sterker nog: Hij is Liefde! (Vgl. 1 Johannes 4,8-16) Op Hem mogen wij te allen tijde vertrouwen en bouwen.

Mede namens mijn collega’s Ds. Annemiek Boonstra en Ds. Hester Wouda groet ik u allen hartelijk,

Ds. Peter van Ool

Pastorale brief 13

Een voorbede bij Exodus 34:

 

Dat Gods mededogen aan het licht komt in mensen bij wie niet het recht van de sterkste geldt.

Dat Gods barmhartigheid aan het licht komt in mensen die mild zijn in hun oordeel.

Dat God kracht aan het licht komt in mensen die met fantasie en vindingrijkheid het kwade met het goede te lijf weten te gaan.

Dat Gods trouw aan het licht komt in mensen die niet opgeven als het moeilijk wordt

Dat Gods troostende nabijheid aan het licht komt in mensen die dicht bij anderen in de buurt blijven, die de kunst van het bemoedigen verstaan, bereid om een eind met anderen mee te trekken. God wees de kracht die mensen bijeen brengt, wees de ruimte waarin zij elkaar ontmoeten en zien met nieuwe ogen. Amen. (Gerard Kock)

 

Zo langzamerhand komen we ook in de liturgie in de zomertijd terecht. De liturgische kleur verandert op de eerste zondag na Trinitatis al in groen. De lange groene zomer begint.

Na het paars in de veertigdagentijd, de witte Paastijd, die eindigt op de vijftigste paasdag Pinksteren als het rode antependium de avondmaalstafel kleurt vanwege het uitstorten  van de Heilige Geest ligt een lange groene zomer voor ons.

Groen verwijst naar leven en groei, maar aan groei gaat vaak een crisis vooraf. Groei in het persoonlijke leven ontstaat niet zomaar.

Ik geloof

dat God het leven wil

en mijn levendigheid

dat een mislukking

een nieuw begin is

en dat een barrière

een belofte inhoudt

ik vertrouw

de vragen

de zoektocht

de weg

ik ervaar

terechtgekomen

in het ontheemd zijn

mijn thuis

in het leven als thuisloze

nabijheid

in de onbegrensde ruimte

ik laat met smart los

en win leven 

 

Dit prachtige gedicht van Andrea Schwarz vertelt het zo mooi. Wie kan loslaten zal uiteindelijk winnen. Maar loslaten is meestal niet onze sterkste kant. Als je moet loslaten is er veel vertrouwen nodig en verlies je de controle; het zo vertrouwde is er niet meer.

Juist die controle geeft ons vaak zekerheid en veiligheid. Wij willen graag precies weten waar we aan toe zijn en we maken onszelf wijs dat we daarmee ons leven onder controle hebben. Het is een schijnwerkelijkheid. God heeft ons het leven geschonken. Het is een leven dat we gekregen hebben om niet.

Toch is het voor ons moeilijk om ons op de Eeuwige te verlaten en daarmee onze controlebehoefte los te laten en volop te durven vertrouwen dat het goed komt, gewoon omdat we in goede handen zijn. Niet dat het altijd zo kan gaan als we het ’t liefste zouden willen en daarom is vertrouwen op een goede toekomst ook zo moeilijk.

Wie dat lukt en het duurt soms een leven lang om dat steeds beter te leren, maar wie het lukt meer en meer los te laten en meer en meer te vertrouwen op de Eeuwige kan een opeens merkwaardig veel ruimte ervaren.

Zoveel spanning en stress die je achter je kunt laten. Wie vertrouwen durft te hebben in de Eeuwige komt steeds dichter bij zichzelf en ontwaart daar diep vanbinnen de kiem van geloof. Diegene ervaart liefde van binnenuit. Liefde diep verborgen daar waar het geheim van de Eeuwige in je hart de ruimte krijgt te ontwaken. Nieuwe energie. De durf het leven aan te gaan, ook als het buiten de gebruikelijke kaders van je denken en zijn gaat.

In de kerk is er ook in de kerkdienst vaak de behoefte om controle te hebben en een strakke regie; gebaseerd op het idee ‘zo hoort het’. Maar ook daar komt geloof veel meer tot leven als er ruimte is, daar waar de kinderen spontaan opstaan om een kaarsje aan te steken of onverwacht Amen zeggen na een gebed. Op al die momenten dat niet alleen zij, maar ook anderen mee kunnen doen op hun eigen manier en vanuit henzelf leeft het Evangelie op.

Daar opeens voel je de aanwezigheid van de Geest.  De mens die kan loslaten is degene die zich overal, waar ook ter wereld thuis weet, omdat hij thuis is in zichzelf, diep verbonden met die Ene die eeuwig is.

De Coronacrisis dwingt ons het vertrouwde anders in te vullen, en creatief te zoeken naar nieuwe wegen, ook in de kerk. We hebben de afgelopen tijd al veel geleerd, bijvoorbeeld in de online vieringen, en het leidde tot onverwachte ontmoetingen en nieuwe inspiratie.

Wie weet wat deze ongewisse toekomst ons, naast de verdrietige kanten ervan, ook in positieve zin zal brengen?

Mede namens mijn collegae ds. Peter van Ool en ds. Hester Wouda,

een hartelijke groet, ds. Annemiek Boonstra

Pastorale brief nr 12

Gezien worden

Vandaag werd ik geraakt door het beeld van duizenden demonstranten die op een brug in Portland lagen in de houding waarin George Floyd overleed, als protest tegen racisme. Het maakt indruk, ik denk omdat het een uitvergroting is van een beeld dat zo afschuwelijk is dat ik liever de andere kant op kijk. De boodschap van deze actie is juist dat we niet weg mogen kijken, niet bij deze zaak en niet bij al die andere zaken waarin mensen op grond van hun huidskleur ongelijk behandeld worden.

Ook in Nederland kwamen mensen in opstand tegen racisme. Er kwamen zelfs veel meer mensen af op de demonstraties dan verwacht. Blijkbaar raakt het ons mensen wezenlijk, niet alleen om wat er in de Verenigde Staten gebeurt, maar ook om racisme in eigen land. En het raakt ons állemaal, omdat het raakt aan het bestaansrecht van de mens. Ieder mens verdient het om gezien te worden om wie we ten diepste zijn, als kinderen van God zijn we allen broeders en zusters en gelijk als schepsels van God naar het evenbeeld van de Eeuwige geschapen.

 

Ik hoorde afgelopen week een mooie vraag die je jezelf of een ander kunt stellen: door wie heb jij je gezien gevoeld in je leven? Iemand die aandacht geeft, niet om je buitenkant, maar om wie je bent. Dat kunnen ouders zijn, een vriend, een docent, een dominee, misschien zelfs een onbekende. Mensen die ons zien om wie we zijn, onze talenten benoemen of juist onze kwetsbaarheid, daarin kunnen we ervaren hoe God ons ziet. In genezingsverhalen lezen we vaak ‘Jezus zag…’ of ‘Jezus ziet…’. Daarmee begint een proces van transformatie. In deze verhalen staan mensen centraal die vanwege hun lichamelijke lijden gemarginaliseerd worden. Bovenop het fysieke lijden komt het lijden veroorzaakt door gezonde mensen die hen uitsluiten of negeren. Uitsluiting uit een groep of functie kleineert een mens. We zien de zieke letterlijk aan de kant van de weg liggen of buiten de stad. Jezus ziet deze mensen, luistert naar ze, raakt ze aan. Vervolgens krijgen ze de opdracht mee om weer deel te nemen aan de maatschappij.

 

Jezus leerde mensen om niet alleen met de ogen te kijken, maar met het hart. De ervaringen die we zelf opdoen in ons leven van gezien worden geven een stevige basis van vertrouwen van waaruit je kunt leven. We horen in de genezingsverhalen mensen dan zeggen ‘Ik vertrouw, Heer’ (of ik geloof, bijv. in Johannes 9:38). Vertrouwen geven ons de kracht om te groeien. In de geschiedenis van blanke overheersing is vertrouwen geschaad en dat is niet zomaar te herstellen. Er is een lange weg te gaan om elkaar te zien met het hart. Daarom mogen we opstaan en protesteren in de hoop dat dit een keerpunt mag zijn, het begin van een transformatie van angst naar vertrouwen. Er zijn kleine berichten die deze hoop voeden, zoals de politieagenten in de Verenigde Staten die knielen voor protestanten of die met demonstranten mee protesteren tegen racisme.

De afgelopen weken zijn een periode geworden van bezinning en verandering. Pinksteren gaat over de kracht van die verandering, van verbinding, van creativiteit, van een wind die waait en aanzet tot opstaan, die adem en ruimte geeft aan ieder om te zien wie hij/zij bedoeld is. Als we dan ervaren dat de Heer ons gezien heeft dan mogen we de toekomst tegemoet gaan met ‘een levend hart en nieuwe ogen’.

De Heer heeft mij gezien en onverwacht

ben ik opnieuw geboren en getogen.

Hij heeft mijn licht ontstoken in de nacht,

gaf mij een levend hart en nieuwe ogen.

Zo komt Hij steeds met stille overmacht

en zo neemt Hij voor lief mijn onvermogen.

 (Huub Oosterhuis, in: Liedboek voor de kerken 487)

Hartelijke groet, ook namens mijn collega’s Peter van Ool en Annemiek Boonstra,

Hester Wouda

Pastorale brief nr 11

Beste gemeenteleden,

Wat is ons leven in korte tijd rigoureus veranderd, ook ons kerkelijke leven! Bij het doornemen van de vorige editie van Op de Hoogte werd ik mij opeens sterk bewust van de gigantische impact van de pandemie van het coronavirus op ons gemeenteleven. Het was ronduit schokkend, dat alle kerkdiensten in het hele blad en daarmee alle diensten van héél de Paastijd afgelast zijn. Ik wist uiteraard wel dat ze afgelast waren, maar het drong pas goed tot mij door toen ik het hele overzicht voor mij had. Zelfs geen gezamenlijke kerkdiensten met Pasen, Hemelvaart en Pinksteren, dat is toch ongekend.

            De Paastijd duurt per definitie tot en met Pinksteren. Het Pinksterfeest – op de vijftigste Paasdag – vormt de bekroning van de Paastijd. We vieren dan de gave van Gods Geest. Door de werking van Zijn Geest is en blijft de opgestane Heer ons nabij. In de kracht van Zijn Geest staat Hij ieder van ons bij.

In dit kader denk ik graag aan een poëtische tekst van de Duitse predikant Dietrich Bonhoeffer (1906-1945), die 75 jaar geleden stierf als slachtoffer van het in Duitsland ten onder gaande nazi-regime. De titel van die tekst luidt: “Von guten mächten” / “Door goede machten”. Het is waarschijnlijk de bekendste tekst van Bonhoeffer. Hij schreef dit gedicht in een beruchte Berlijnse gevangenis, als politiek gevangene van de Gestapo, om zijn lotgenoten te bemoedigen. “Von guten Mächten” is een mooie en sterke tekst, waar ik ook nu, tijdens de coronacrisis in de Paastijd, moed uit put. Het coronavirus is een onzichtbare en ongrijpbare  vijand. Daar tegenover staat dat er óók onzichtbare en ongrijpbare goede krachten zijn. We mogen rekenen op de kracht van Gods Geest. Hij zal ons dóór deze crisis heen helpen.

Hieronder volgt het slotvers Bonhoeffers gedicht, zowel de originele Duitse versie als de berijmde Nederlandse vertaling van Jan Willem Schulte Nordholt (1920-1995): 

“Von guten Mächten wunderbar geborgen

erwarten wir getrost, was kommen mag.

Gott ist bei uns am Abend und am Morgen,

und ganz gewiss an jedem neuen Tag.”

 

“In goede machten liefderijk geborgen

verwachten wij getroost wat komen mag.

God is met ons des avonds en des morgens,

is zeker met ons elke nieuwe dag.” 

Met deze mooie woorden mogen wij ons laten bemoedigen door iemand die voor hetere vuren gestaan heeft dan wij, én daarbij standgehouden heeft.

Moge de Geest van Pinksteren ons allen bezielen. Moge Gods Geest ons allen bijstaan in deze crisistijd en helpen om straks een goed nieuw begin te maken.

Mede namens mijn collega’s Ds. Annemiek Boonstra en Ds. Hester Wouda groet ik u allen hartelijk, Ds. Peter van Ool

Pastorale brief nr 10

Hemelvaart: verschijning of verdwijning?

Bij Marcus 16, vers 19 en 20

In de afgelopen week hebben we weer intensief samengewerkt in vieringen en pastoraat. We proberen elkaar zo goed mogelijk vast te houden en onze gemeentes geïnspireerd en levend te houden.

Het is zo belangrijk voor ons mensen om niet het gevoel te hebben er alleen voor te staan, of alleen gelaten te zijn. Daarom is actief contact opzoeken steeds weer een voorwaarde. Of het nu door een pastorale brief, door een digitale viering of door zoom-koffiedrinken is. We zijn en blijven samen gemeente, met ieder die daaraan bijdraagt en daar deel van uitmaakt, of als gast betrokken is.

Het is fijn om te merken dat we dit ook samen doen met jong en oud, met degene die kan zingen en orgelspelen, met de kosters en de mensen, die de techniek verzorgen en samen met kerkenraden en collega’s. Ik vind het heel bijzonder om te zien hoe pastoraat en diaconaat, onze presentie in de wereld zoveel mogelijk doorgaan en hoe creatief de groepen zijn om hierin goede vormen te vinden.

Hemelvaart is nog steeds een vrije dag en wie heeft er geen mooie herinneringen aan dauwtrappen? De evangelisten zouden zich verwonderen, als zij zouden weten dat we in de kerkelijke traditie deze feestelijke weekdag Hemelvaart noemen, verwijzend naar die beweging omhoog, die Jezus bij het afscheid van zijn leerlingen maakt.

Vroeger thuis hadden we een kinderbijbel waarin een mooie plaat stond van de hemelvaart van Jezus. We dragen allemaal het beeld in ons mee van Jezus op de wolk, die naar de hemel gaat. Dat beeld hebben we meegekregen van Paulus, die het zo opgeschreven heeft.

Inderdaad, de wolk zoals die vaker in de bijbel beschreven is: de wolk die de aanwezigheid van God aangeeft, maar ook de verborgenheid van God. In Marcus lezen we dat de Heer Jezus plaats neemt aan de rechterhand van God. Misschien mogen we ook zeggen dat Jezus de rechterhand is van God. Jezus die heeft geleefd zoals God dat bedoeld heeft, en die ons dat heeft voorgeleefd.

Het goede nieuws van Hemelvaart is dat Jezus niet in de hemel verdwenen is. Hij is bij ons, in de verborgenheid als in een wolk, maar met zijn Geest. En in de komende viering met Pinksteren zullen we dat samen vieren. 

Wij zijn niet alleen. Op geen enkel moment. Juist in tijden van Corona, juist als je hoort en ziet dat mensen soms alleen waren, zonder familie en alleen moesten sterven, dringt het besef door wat de waarde hiervan is: nooit alleen, ook niet in je diepste angst, zonder je medemensen en geliefden om je heen. Je zult je misschien alleen voelen, maar je bent het niet.

 

Iedere predikant neemt deze ervaringen mee. Op de meest hopeloze momenten, als je midden in een mensenleven, soms op heel intieme momenten door je ambt deelgenoot bent, in de kleine kring die dan nog relevant is, en merkt dat het de Geest is die je leidt.

Dat je de woorden spreken kunt die helen. Dat je een hand kunt opleggen die zegent. Dat je troost kunt geven door je aanwezigheid, door er gewoon te zijn. De hand op de schouder en het lied in de mond. De verborgen kracht die we samen delen, die we ook als ouderling of vriend of familielid met iemand delen en op onverwachte momenten voelen.

 Juist die vormen, die we in de traditie gebruiken, zingen, zegenen met handoplegging, dopen,  de handdruk voor de kerkdienst, aanraken en daardoor contact maken, moeten we allemaal opnieuw uitvinden. En dat geldt voor alle werkvelden, ook als je verzorgende bent, leraar of manager. Opeens moet je een hele nieuwe set aan vaardigheden ontwikkelen om het hetzelfde te bereiken, om verbinding te maken.

De laatste betrokkenheid van Jezus bij zijn leerlingen is er één van opdracht, zending, een taak voor het leven krijgen en doordenken, uitleggen, vertellen, verklaren, studeren, intens bezig zijn met de dingen van God, die je niet zichtbaar en tastbaar kunt maken, maar wel ervaart op de wezenlijke momenten.

Op Hemelvaartsdag kijken we niet omhoog, nee we kijken de ander recht in het gezicht en lezen daarin wat die ander nodig heeft en voelen niet alleen de opdracht om in actie te komen, maar ook de verborgen kracht van de Geest die in ons is en waait waarheen ze maar wil.

 

Soms bent U zo ver weg

dan merken we niets van U.

Dan bent U bijna

uit onze gedachten verdwenen

 

Maar het wordt anders

wanneer we even

aangeraakt worden door U.

Dan is het alsof Uw geest

door ons heen stroomt

God, raak ons aan

Ds. Annemiek Boonstra, met een hartelijke groet, mede namens de collega’s ds. Peter van Ool en ds. Hester Wouda

Pastorale brief nr 9

Hemelsleutel

Nu de meeste mensen wat meer tijd hebben brengen we allemaal meer tijd door in de tuin. Eind april zijn wij verhuisd naar een wijk met plantennamen. Onze straat heet Himellof. Dat is Fries voor Hemel-loof. Wij kennen deze plant vooral onder de naam Sedum, maar na wat speurwerk op internet blijkt een andere naam voor deze plant Hemelsleutel. We vinden het wel een toepasselijke naam voor onze nieuwe stek.

Hier en daar heb ik de vette bladeren van de Hemelsleutel inmiddels ontdekt in de tuin. Op die plekken moet je goed zoeken, want volgens een legende zou de plant ontstaan zijn waar Petrus zijn sleutelbos aan de hemelpoort verloor. Een andere verklaring voor de naam is dat de bloemen de baard vormen van een grote sleutel waarmee de hemelpoort geopend kan worden. Een plant met een veelbelovende naam dus.

Wanneer Petrus Jezus herkent als Messsias ontvangt hij van Jezus ‘de sleutels van het koninkrijk van de hemel’ (Mattheüs 16:17-18). In de iconografie herken je Petrus dan ook aan de sleutels die hij bij zich heeft. Heel vervelend natuurlijk, om de sleutel van de hemel te verliezen… Maar verliezen we niet allemaal wel eens onze sleutel? Je hebt jezelf vast wel eens buiten gesloten, terwijl de voordeursleutel nog binnen lag. In Breda woonden we in een huis met drie anderen. Ik sloot mezelf buiten onze eigen kamer en had geen sleutel van de voordeur waardoor ik opgesloten was in de gang. Mijn huisgenoten waren net allemaal naar hun werk en ik kon alleen via de trap op de zolder komen. Via het zolderraam riep ik een buurman het telefoonnummer van mijn man toe. Een half uurtje later kwam hij mij met zijn sleutel bevrijden.

Soms hebben we ook figuurlijk een ander nodig om sleutel aan te reiken die een deur opent. Als je even niet verder komt, geen perspectief ziet. Iemand kan net die ene vraag aan je stellen. En soms kun je voor een ander die sleutel zijn tot meer vrijheid of hoop, in een klein gebaar of een gesprek. Dan valt het licht net even op een andere manier binnen, het licht van het koninkrijk misschien en beseffen we dat we mogen leven met dat licht van Gods hoop en liefde voor ogen.

Daarbij moest ik denken aan een zin uit een lied van Sytze de Vries: ‘Soms staat de hemel op een kier, een bode van de Heer komt hier, verrast ons met een blij bericht, en zet de aarde in het licht!’ (Lied 464). Het is eigenlijk een Adventslied, maar ook toepasselijk in deze tijd, als het bijna Hemelvaart is en we op weg zijn naar Pinksteren. Tijdens de veertigdagentijd begon de huidige corona crisis. We wisten niet hoe lang het zou duren en inmiddels tellen we tot vijftig, tot Pinksteren. Hoewel er nog veel onzeker is, lijken er lichtpuntjes te ontstaan, versoepelingen, voorzichtig betere cijfers. Lichtpuntjes zien we ook in de tuin of buiten, nu we misschien wat meer tijd hebben om ons te verwonderen over de schoonheid van de natuur. Als we hier de tijd voor kunnen nemen kunnen ook die momenten een sleutel zijn die de hemel soms een klein beetje opent.

Hartelijke groeten, ook namens collega’s Annemiek Boonstra en Peter van Ool,

Hester Wouda

Pastorale brief 8

Beste gemeenteleden,

Hoezeer de ingrijpende coronacrisis ons ook bezighoudt, er zijn gelukkig ook nog andere zaken die onze aandacht verdienen, zoals het jubileum van 75 jaar vrede en vrijheid. Rondom dagen als 4 en 5 mei vind ik het zinvol om uit het leven gegrepen berichten van ooggetuigen uit de Tweede Wereldoorlog te overdenken. We kunnen immers veel leren van de ervaringen van hen die ons voorgegaan zijn. Is dat immers niet het doel van deze gedenkdagen? Daarom wil ik nu stilstaan bij twee m.i. representatieve berichten uit de herinnering van oorlogsveteranen. Eerst vertel ik een kort bericht van een geallieerde militair en daarna een wat langer bericht van een Duitse militair.

            Een oude Britse oorlogsveteraan deed in een documentaire verslag van zijn ervaringen bij de luchtdoelartillerie ten tijde van de Battle of Britain ofwel de Slag om Engeland, in de zomer van 1940. Tijdens de verdediging van zijn vaderland had deze Brit luchtafweergeschut bediend. De man zei: Een soldaat bij de luchtafweer schiet niet op personen, maar op objecten. Bij een luchtaanval ziet hij slechts de vijandelijke toestellen en verdringt hij de inzittenden. Als hij dit niet zou doen, dan zou hij toch helemaal niet kunnen schieten? Op medemensen zou hij toch geen kanon kunnen afvuren!

De tweede militair, die ik aan het woord wil laten komen was lid van de Duitse Wehrmacht, het reguliere Duitse leger.[1] Hij was in Normandië gestationeerd bij de Atlantikwall, de kustverdediging. Op 6 juni 1944 bemande hij een mitrailleurpost op Omaha Beach, het bloedigste van de vijf invasiestranden van D-Day. De Amerikaanse landingstroepen konden maar moeizaam oprukken vanwege de sterke Duitse verdediging. Er werd zó zwaar gevochten, dat het zeewater bloedrood van kleur werd. Bij de landing van de eerste Amerikanen, nog maar stippen in de verte, vuurde de betreffende Duitser zijn mitrailleursalvo’s op hen af. Hij verschoot de éne patroonband na de andere. De loop van zijn machinegeweer werd dermate heet van het schieten dat die vervangen moest worden. Op een gegeven moment waren de Amerikaanse soldaten zó dicht genaderd, dat hij hun gezichten heel duidelijk kon zien. Toen ging er een schok door hem heen. Hij realiseerde zich: “Dit zijn medemensen!” De man kon plotseling niet meer schieten. Zijn vuurwapen zweeg vanaf dat moment. De Duitser gaf zich over.

            Uit beide berichten kunnen we het volgende concluderen: Geweld tegen anderen begint met dehumanisering oftewel ontmenselijking. Personen die men niet meer als medemensen beschouwt, maar als vijanden of objecten, worden niet meer menselijk behandeld. Zodra men daarentegen oog krijgt voor het gelaat van de ander, kan men hem of haar niet meer gewelddadig bestrijden.

Zou de Tweede Wereldoorlog denkbaar zijn zonder dehumanisering? Zou de Holocaust denkbaar zijn zonder ontmenselijking? Zou Auschwitz voorstelbaar zijn zonder categorieën als ‘Über-’ en ‘Untermenschen’?

Vrede, gerechtigheid en welzijn staan of vallen met het respect voor de medemens, diens waardigheid en dienst rechten. Ja, met vijandbeelden en demonisering van de ander begint de ellende!

            Waar het op aankomt is dus onze mensvisie en onze openheid. Hoe kijken wij naar anderen? Hoe kijken wij tegen eventuele tegenstanders aan? Zien wij een opponent slechts als een vijand, dan is de kans groot, dat we hem of haar met alle mogelijke middelen zullen willen verslaan. Zien wij een tegenstander echter als een door God geschapen medemens, een mens van vlees en bloed, dan zijn wij veeleer geneigd om hem of haar humaan te behandelen. Zien wij de ander als iemand die kostbaar is in Gods ogen, dan zijn wij eerder geneigd om de dialoog na te streven en vreedzame middelen aan te wenden.

Laten wij vooral het gelaat van de ander voor ogen houden. Laten wij omwille van de menselijke waardigheid en omwille van de vrede vooral proberen om onze medemensen te zien staan, te ontmoeten en te leren kennen.

Mede namens mijn collega’s Ds. A. Boonstra en Ds. H. Wouda groet ik u allen heel hartelijk,

Ds. Peter van Ool

 

[1] Vgl. Willem S. Duvekot, “Zij zullen de oorlog niet meer leren. Indrukwekkend bezoek aan invasiestranden”, in: Kerk in de stad, jaargang 11, nr. 20, d.d. 11 juni 2004, p. 2.

Pastorale brief nr. 7

Wil jij voor mij de gids zijn?

Van veel mensen hoor ik dat ze zich afvragen hoe hun vakantie er in de tijd van Corona uit gaat zien. Deze week hebben ook veel gezinnen meivakantie en gaan geboekte vakanties niet altijd door. Door de Coronacrisis staat onze manier van leven ter discussie. Hoe gingen we om met de natuur, ons eco-systeem en wat betekent ons vele reizen, vaak per vliegtuig voor het behoud van de aarde?

In vakantietijd begeven we ons soms op avontuurlijke wegen en paden. We gaan op zoek in een voor ons onbekend land naar een andere cultuur en natuur. Of we verwonderen ons over onze eigen omgeving, zo bekend en dichtbij, die je toch als je er de tijd voor neemt weer met heel andere ogen beziet. Het kan dan zijn dat je denkt: ik wist niet dat het hier zo mooi was.

Dat zullen we de komende tijd veel vaker gaan ervaren denk ik. Een heerlijke wandeling met de kinderen of met je hond, in dat mooie gebied zo heel dicht bij huis, of in je eigen buurt. Voor je het weet is het een spannende ontdekkingstocht.

Vaak gaan mensen met een gids op pad om op plekken te komen waar je begeleiding nodig hebt en waar je zelf nooit gekomen zou zijn. Wie zonder gids gaat loopt het risico te verdwalen of de mooiste bezienswaardigheden en ervaringen onderweg te missen. De gids weet de weg maar moet ook zelf steeds weer een pad vrijmaken. Hij geeft de aanwijzingen waarlangs jij je verlangen meer te zien en te ontdekken kunt waarmaken. De gids heeft de route, als het goed is, al eerder gelopen. Hij heeft de kerk die jij onder zijn leiding gaat zien al duizend keer bekeken. En toch is het zowel voor de gids als voor de vakantieganger een uitdaging om elkaar steeds iets nieuws te laten zien, zodat je de ervaring van het bezoek of de wandeling niet meer vergeet en er vaak nog aan terug zult denken.

De gids en de groep gaan samen een weg die eerder gegaan is en toch ook verrassend nieuw is. Beide hebben zij hun eigen ervaring, die mogelijk heel anders is en toch groeien zij aan elkaars inzicht en benadering. Nu gidsen we elkaar op een hele andere manier. We keren terug tot pen en papier en merken hoe waardevol het kan zijn om je gedachten onder woorden te brengen. Je kiest met zorg briefpapier of een kaart met in gedachten degene aan wie je deze gaat sturen. Of je vindt nieuwe wegen om digitaal je weg te zoeken. De beperkingen maken dat we creatief worden en andere paden gaan bewandelen. Zo vinden we onszelf en onze werkwijze steeds opnieuw uit. En hoewel we om heel veel redenen graag terug zouden willen naar de oude situatie, merken we ook dat we meer kunnen dan we hadden gedacht.

In en met Jezus Christus gaan wij een route door het leven die al zeer oud is, en velen met ons hebben die weg al eens afgelegd. En toch kan deze reis die je samen kunt maken inspirerend en nieuw aanvoelen, ook al loop je al een tijdje samen op. En in navolging van deze goddelijke mens Jezus mogen wij ook elkaar vragen: wil jij voor mij de gids zijn? Zou jij mij iets kunnen laten zien en voelen dat mij nooit eerder is opgevallen en waaruit ik nieuwe energie kan putten voor de weg die soms nog zo lang en vermoeiend lijkt.

Wie met deze gedachten in zijn achterhoofd de komende tijd in gaat zal ongetwijfeld ontmoetingen hebben waarvan hij later denkt: wat fijn, ik mocht even voor iemand een gids zijn. Misschien op papier of digitaal of op 1,5 meter afstand, maar de impact was even groot als voorheen.

Wellicht komt er iemand op je pad die je het gevoel geeft dat je er gewoon rustig achteraan kunt lopen. Of kom je tot de ontdekking dat er iemand voor je uitgaat in wie je vertrouwen kunt hebben en die je aanwijzingen geeft om het ruwe pad zelf te bewandelen op een manier die nieuwe bronnen in jezelf aanboort.

 Een gids vind je niet alleen in een persoon maar ook in een geschrift of beeld;  een boek, tekst of schilderij kan gids zijn voor iemand, een soort vademecum. Velen nemen dan ook fysiek zo’n gids mee in hun tas, bijvoorbeeld in de vorm van een klein opschrijfboekje of een gedichtenbundel. Het zou natuurlijk ook zomaar de bijbel kunnen zijn.

Ik hoop dat wij elkaar na deze intense periode kunnen vertellen voor wie wij gids mochten zijn of wie of wat wij als gids hebben leren kennen.

Ds. Annemiek Boonstra,

met een hartelijke groet mede namens collegae ds. Peter van Ool en ds. Hester Wouda

Pastorale brief nr 6

Vrijheid

Een van onze favoriete plekken om te vertoeven in deze zonnige tijd is het blotevoetenpad in Opende. We wilden er graag picknicken, maar helaas, het was afgesloten. Ook wel logisch, want het is er normaal gesproken druk op zomerse dagen. Op allerlei manieren zijn we beperkt in onze dagelijkse bezigheden. Nu de maatregelen langer duren roept dat vragen op: in hoeverre kunnen we beperkt worden in onze vrijheid? Vrijheid om naar het blotevoetenpad te gaan op een zonnige dag. Maar bovenal de vrijheid om onze grootvader of moeder te bezoeken in het verzorgingshuis.

Gaat vrijheid inderdaad over keuzemogelijkheden? Vrijheid wordt zo wel vaak bekeken: heb je meerdere keuzemogelijkheden, dan heb je meer vrijheid. Vrijheid heb je als je kunt doen waar je zin in hebt. Vrijheid wordt dan verbonden met onafhankelijkheid. Heb je genoeg geld dan ben je onafhankelijk van een ander, los van bindingen. Zo bekeken is vrijheid kunnen doen wat je wilt, kiezen wat je wilt.

In ‘De vrijheid van een christen’ kwam Maarten Luther precies vijf eeuwen geleden in opstand tegen de opvatting van wilsvrijheid. Luther verwees naar Paulus, die in 1 Korintiërs 9 schrijft: ‘Hoewel ik vrij ben, heb ik mij ieders knecht gemaakt’. Het gaat er niet om wat je allemaal kunt kiezen, maar wat je kiest. Kort gezegd: als christen ben je vrij én gebonden. Alleen door overgave aan het Woord van God kun je vrij worden.

Een mooi en verhelderend verhaal over vrijheid vind ik dat van Pua en Sifra in Exodus 1. Deze vroedvrouwen staan helemaal aan het begin van het grote verhaal van bevrijding. De koning van Egypte beval de vroedvrouwen om Hebreeuwse jongetjes die geboren werden te doden. ‘Maar de vroedvrouwen hadden ontzag voor God en deden niet wat de koning van Egypte hun had opgedragen’. Pua en Sifra zeggen dat Hebreeuwse vrouwen sneller bevallen dan de Egyptische, waardoor ze er niet op tijd bij zijn. Zo zijn deze verlos/bevrijdings-kundigen brengers van leven. Ze kiezen ervoor ongehoorzaam te zijn aan de koning en zo het leven van de pasgeboren kinderen te redden.

Vrijheid is dan niet alle keuzemogelijkheden hebben, maar in de omstandigheden die gegeven zijn het goede te kiezen, te kiezen voor leven, voor liefde. Binnenkort vieren we 75 jaar vrijheid. We leven in een vrij land, maar dat betekent niet doen wat je maar wilt. We hebben de vrijheid om te zoeken naar de weg van God in ons leven, de weg van liefde voor de medemens. Niet onafhankelijkheid, maar juist afhankelijkheid van God én van onze medemens bepalen deze vrijheid. We zijn vrij en gebonden. Zoals in Romeinen 13:8 staat: ‘Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld’.

We zijn als mensen afhankelijk van elkaar, ook al ontmoeten we elkaar nu minder. We hebben nog steeds de vrijheid om te kiezen voor liefde en medemenselijkheid. Om op te komen voor leven is het nu misschien nodig om iets te laten of om andere manieren te bedenken om liefde te tonen. Dat zien we in de vele mooie voorbeelden in de vorm van hart onder de riem, boodschappen voor elkaar doen, kaartjes sturen, elkaar toezingen. En ook door zelf te blijven nadenken, je kritisch te blijven afvragen wat leven bevordert. Laten we net als Pua en Sifra elkaar licht en ruimte proberen te blijven brengen, als een beschermende tent op de afbeelding hierboven.

Mede namens ds. Annemiek Boonstra en ds. Peter van Ool,

Hester Wouda

Pastorale brief nr. 5

Beste gemeenteleden,

Pasen 2020 was ongetwijfeld een paasfeest om nooit meer te vergeten … Wat was het dit jaar immers allemaal anders dan we gewend zijn! Wat was het kaal, leeg en stil in de kerken! Zelfs met Pasen was er in ons land en in buurlanden geen openbare kerkdienst. We konden en mochten zelfs niet naar de kerk. Dát is toch ongekend in vredestijd. Pasen is liturgisch gezien het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Normaal gesproken wordt dit hoofdfeest groots gevierd. In voorgaande jaren werd op het paasfeest alles wat de kerk aan geuren, kleuren en rituelen ter beschikking heeft ‘uit de kast’ gehaald. Nu moesten we tevreden zijn met uitzendingen van aangepaste kerkdiensten, via internet of televisie, vanuit lege kerkgebouwen. Zelfs de Sint- Pietersbasiliek en het St-Pietersplein in het Vaticaan waren leeg. Niet alleen kerkelijke maar ook profane paastradities, zoals de paasvuren in mijn woonomgeving, ontbraken. Bij al die leegte kreeg ik alleen nog maar meer waardering voor het ‘gewone’ Pasen van de afgelopen decennia. Ik denk er met weemoed aan terug.

En tóch: De natuur herleeft! Het voorjaar is als het ware een explosie van nieuw leven. Het begon al met kleurrijke krokussen in februari. Opeens schoten er op allerlei plekken paarse en lila, gele en witte krokussen bij bosjes uit de grond. En daarna kwam het heldere, frisse groen van gras en planten, gepaard gaande met veelkleurige bloesem aan de bomen. En zo tegen Pasen zagen we het vrolijke geel van narcissen. Niet toevallig worden narcissen ook wel ‘paaslelies’ genoemd. De plantenwereld herleeft momenteel volop in geuren en kleuren. In de lente herleeft niet alleen de flora, maar ook de fauna. Uitbundig fluitende vogels, met name zingende merels, laten het ons al een tijdje horen.

            Zo is het ook in het jaar 2020 toch ‘gewoon’ weer Pasen geworden. Het kerkelijk jaar gaat, ondanks de coronacrisis ‘ongehinderd’ door. Pandemie of geen pandemie, crisis of geen crisis: Op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente is het Pasen; zo ook na de zogenaamde ‘supermaan’ van vorige week. De opstanding van Jezus Christus is een centraal heilsfeit, dat we ook dit jaar weer mogen gedenken en vieren, zij het in de privésfeer. In de persoon van Jezus Christus is God met ons. In Christus heeft God zonde en dood overwonnen, en eeuwig Heil bewerkstelligd. Dat is een Blijde Boodschap, juist óók in tijden van pandemie en crisis. De God van Jezus Christus staat altijd aan de zijde van de slachtoffers. Hij ontfermt zich juist ook over hen.

Wij allen mogen er volledig op vertrouwen, dat de Heer met ons is, én dat hij zich liefdevol over ieder van ons ontfermt. Hij biedt ieder van ons perspectief, óver het lijden en de dood heen! In de kracht van Zijn Geest helpt Hij ons dóór de crisis heen.

Van God is de toekomst, kome wat komt!

Mede namens mijn collega’s Ds. A. Boonstra (06-17585987) en Ds. H. Wouda (06-197048) groet ik u allen heel hartelijk, en wens ik u een gezegende paastijd toe,

Ds. Peter van Ool (06-13639611)

 

Pastorale brief 4 (8 april 2020)

Jezus, de Gekruisigde

We leven in een hele onzekere tijd naar Pasen toe. Onze mooie start op de Aswoensdag en daarna met het project van SAVE lijkt ver achter ons. “Better SAVE than sorry’ was de titel van onze dienst toen. Wie had kunnen denken dat deze slogan ons nog zo lang zou achtervolgen? In een heel ander kader van noodzakelijke maatregelen die ons leven beperken, waardoor het heel moeilijk is voor mensen hun geliefden te blijven bezoeken in verpleeg-en verzorgingshuizen zelfs als ze ziek zijn en sterven door Corona.

Wat een leed en verdriet is er verscholen in deze Kafkaiaanse tijd. En wat een moed en doorzettingsvermogen is er nodig om te doen wat gedaan moet worden.

En als altijd weer zie je dat het de kleine dingen zijn die mensen gaande houden. Een kaartje, applaus, een spelletje, een belletje, een lekker glaasje drinken samen, al is het op afstand.

De ontluikende natuur. De bloesems; de vogels die onwetend hun nesten gaan bouwen en de kikkers die zich warmen aan de zon. De jonge eekhoorns die nog af en toe van de takken naar beneden duikelen.

De Goede week. We ontmoeten Jezus op onze weg. Naast de kleine dingen is Hij één van onze ijkpunten in deze zware tijd.

Jezus is aan het kruis gestorven. Wat een wrede dood. Langzaam sterven en vergaan van de dorst. Jezus die aan het kruis hing en alles heeft gegeven. Welk beeld roept hij bij ons op? 

De kruisdood, een straf die de Romeinen hadden bedacht voor hun ergste misdadigers. De leerlingen waren diep teleurgesteld, want daar hing hun redder, hun verlosser van wie zij hadden gedacht dat hij de Messias was, met alles wat dat zou betekenen.

Velen hebben zich beziggehouden met onderzoek naar de vraag waarom en waarvoor Jezus is gestorven aan het kruis. Paulus is één van hen. Het kruis werd voor hem een symbool van het verloste en bevrijde bestaan.

Mattheüs legt de nadruk op de geweldloosheid van Jezus, terwijl Marcus spreekt over de overwinning op de duistere machten. Johannes ziet in de kruisdood van Jezus vooral zijn liefde naar voren komen.

Johannes is onder de indruk van het geheim van de liefde van God. De vroege christenen hebben zich daarom getypeerd met het kruis. In het kruis van Jezus is de liefde van God het duidelijkst naar voren gekomen. In Jezus worden de tegenstellingen in de wereld veranderd. Gods onvoorwaardelijke liefde voor ons komt in het kruis naar voren.

Voor Paulus is het begrip genade heel belangrijk. De normen, het normale bestaan is opgeheven. In het kruis wordt een andere wereld getoond, de wereld van de genade. Daarmee bevrijdt het kruis ons van onze prestatiedwang en ons streven naar gewin, maar ook van ons alleen dragen van alle verantwoordelijkheid. We hoeven het niet alleen te doen.

Anselm Grün schrijft prachtig over Jezus in zijn boek `Beelden van Jezus’. Daarin schrijft hij: `Sommige mensen denken dat God de dood van zijn Zoon heeft geëist als boetedoening voor onze zonden”. Maar daarover wordt in de bijbel nooit gesproken. Jezus openbaart ons aan het kruis de God die met ons meelijdt, die in onze pijn komt en deze tot het einde toe doorstaat en zo verandert’.

Wat gebeurt er met ons als we een beeld of schilderij zien van Jezus die aan het kruis hangt?

In de Paascyclus zien we schilderijen van Marc Chagall, maar ook andere beelden. En we zullen merken wat het met ons doet als we naar de beelden kijken en ruimte krijgen om geloof te beleven. Diepe emoties komen dan boven. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat God het heeft laten gebeuren, al waren het natuurlijk de mensen die Jezus aan het kruis sloegen. De oneerlijkheid blijft. Een rauwe plek blijft het. Tegelijkertijd is dit wat het leven is. Zoveel wreed en oneerlijk lijden en zoveel verdriet. Soms ver weg, dan weer dichtbij om ons heen en in onszelf.

In het hart van het kruis komen alle tegenstellingen van het bestaan bij elkaar. Aan de ene kant lijden en verdriet, en aan de andere kant de enorme liefde van Jezus, die als het ware zijn armen voor ons opent en ons daarmee treft diep in ons hart. Hij heeft een andere wereld laten zien en gaf een andere inhoud aan geloof. Dat heeft hij met de dood moeten bekopen, maar daarin reikte hij ons direct een ander perspectief aan.

Jezus nodigt ons uit in zijn wijdgeopende armen te komen schuilen zoals Grün dat verwoordt. In Jezus zijn al onze mislukkingen opgenomen. Al onze onzekerheid en angst, onze zelfverwijten versmelten in Hem, die ons zijn diepste zelf heeft laten zien. In al zijn menselijkheid komt Jezus heel dicht bij ons als hij de weg naar de dood gaat. In zijn angst om te sterven en zijn verlatenheid nadert hij ons dichter dan ooit. 

Als we voor een schilderij of beeld van Jezus staan herkennen wij onszelf en alles wat er onbestuurbaar in ons leven gebeurt. Voor het beeld van Jezus kunnen we stil worden, en in de stilte worden we tot in iedere vezel van onze ziel aangeraakt door zijn liefde. In de stilte ontstaat zelfacceptatie. Wij hoeven niet perfect te zijn. We hoeven het niet alleen te doen. We hoeven niet alles te kunnen. We kunnen ook niet alles. Het is genoeg dat Jezus ons vol liefde in zijn armen neemt. Meer dan ooit is dat wat we nodig hebben.

Ik wens u een goede voorbereiding op het Paasfeest en hoop u te ontmoeten tijdens onze online Paascyclus.                         

Met een hartelijke groet, ds. Annemiek Boonstra,

mede namens de collega’s ds. Peter van Ool en ds. Hester Wouda

PASTORALE BRIEF 3 (1 april 2020)

Onze jongste dochter neuriede de afgelopen week telkens het liedje ‘Wij gaan voor even uit elkaar en delen nu het licht’. Ik verbaasde me erover dat ze het in haar hoofd had, want het is nu alweer een behoorlijke tijd geleden dat we in de kerk waren. Als we dit lied in de kerk zingen gaan de kinderen voor zo’n twintig minuten naar hun eigen ruimte. Voor ons allen duurt dat ‘even uit elkaar’ nu wel heel lang. Hoe vaak hebben mensen me niet verteld hoe pijnlijk het kan zijn als je door lichamelijke beperkingen niet meer in de kerk kunnen komen. Het gemis van herkenning, van ontmoeting, daarin delen wij nu allemaal. Alleen is het voor diegenen die kwetsbaar zijn zelfs nog moeilijker om anderen te ontmoeten met alle voorzorgsmaatregelen. Dagelijks zien we berichten waaruit blijkt dat dit hard nodig is. Waar is het gedeelde licht gebleven?

Waar is de kerk, de gemeente in deze tijd gebleven? Op de cartoon hierboven is dat mooi weergegeven: de kerk is waar Gods mensen zijn. ‘Het gebouw is dicht. De kerk is open’ las ik elders. Het gebouw is natuurlijk niet het belangrijkste, maar (alleen) digitaal en telefonisch contact is ook niet alles. De Griekse woorden die verwijzen naar de geloofsgemeenschap, ekklesia en koinonia laten dat zien. Ekklesia komt van bijeenroepen, vergaderen. Koinonia van delen, kortweg: deel hebben aan Hem en deel hebben aan elkaar. In Handelingen 2, over de vroege christelijke gemeente, staat dat de mensen elke dag bij elkaar kwamen, om te bidden, brood te delen en God te loven (Handelingen 2:46-47). In de kern is gemeente zijn ontmoeten, verbonden zijn.

Niet voor niets zijn veel predikanten in deze tijd op zoek naar manieren om contact en ontmoeting op andere manieren te organiseren. Bellen en appen in plaats van bezoeken. Elkaar zien met een videochat, de  klokken luiden als teken van hoop, mooie teksten en liederen delen. Maar we lopen ook tegen grenzen aan. Niet iedereen heeft internet. En wat is een eredienst zonder samenzang? Wat is het avondmaal zonder te kunnen delen? Troostrijk vond ik de gedachte in Trouw: ‘De opgestane Heer is niet alleen maar bij ons als het ons lukt slim om de crisis heen te werken – integendeel: in het Paasverhaal is God juist aanwezig bij mensen die lijden, in nood zijn en gemis ervaren’. Dat gemis ervaren we nu waarschijnlijk allemaal en dat gemis mogen we ook ontmoeten. Het is pijnlijk niet bij elkaar te kunnen komen. Helemaal wanneer we horen over mensen met corona die eenzaam moeten sterven. Een hand vasthouden zegt vaak zoveel méér dan woorden alleen.

Deze situatie vraagt om andere vormen van ritualiteit en vieren dan we gewend zijn. Eerder een korte meditatie dan een hele eredienst. En misschien is het beter om het geen eredienst te noemen, maar bijvoorbeeld een Lichtbericht. ‘Dat licht vertelt ons iets van God, op Hem zijn wij gericht. Straks zoeken wij elkaar weer op en elk heeft zijn verhaal. Het licht verbindt ons met elkaar: het is voor allemaal’, zo gaat het kinderliedje verder. Gemeente zijn zit hem in alle kleine lichtjes, acties, belletjes, mailtjes, pogingen elkaar te ontmoeten. Zo kan het licht ondanks alles groter worden, waar liefde gedeeld wordt. Ook al zijn we niet even, maar lang uit elkaar, we blijven met elkaar verbonden. We mogen ons gedragen weten door Hem, die Licht en Leven is en weten dat de Eeuwige, de God van Abraham, Izaak, en Jacob, van Mirjam, Ruth en Maria, Zijn licht over jou, mij, en over ons allen doet stralen en ons vrede geeft. Mogen wij ons sterker dan ooit door die vrede met elkaar verbonden weten.

Ds. Annemiek Boonstra, Ds. Peter van Ool en Ds. Hester Wouda

Pastorale brief nr. 2, woensdag 25 maart 2020

Het nog jonge kalenderjaar 2020 is een uiterst merkwaardig jaar aan het worden. De crisis rondom het coronavirus heeft zich vanuit China wereldwijd steeds verder uitgebreid. Er is inmiddels sprake van een pandemie. Het is misschien wel de meest ingrijpende pandemie sinds de Spaanse Griep, ruim een eeuw geleden. In steeds meer landen worden ingrijpende preventieve maatregelen genomen, om te voorkomen, dat de gezondheidszorg overbelast zal raken. Sinds 27 februari 2020 worden er ook in Nederland besmettingen geconstateerd, en zijn er al tientallen Nederlanders aan de nieuwe longziekte overleden. Inmiddels is de impact van de pandemie op de Nederlandse samenleving onmiskenbaar groot. De rijksoverheid heeft sinds 9 maart 2020 steeds ingrijpendere preventieve maatregelen genomen en opgelegd. Inmiddels zijn alle scholen en horecagelegenheiden voor bepaalde tijd  gesloten. Het sociale leven ligt grotendeels stil. Voor mensen van tegenwoordig is dit ongekend.

Net als andere instanties en organisaties doen ook de kerken inmiddels het nodige aan preventie. Het begon simpelweg met het achterwege laten van het gebruikelijke handen schudden na afloop van de zondagsviering. Daarna volgde het afgelasten van kerkdiensten en vergaderingen tot 6 april 2020, of – zo nodig – tot een latere datum. Vervolgens kwam ook het advies van de PKN aan predikanten en kerkelijk werkenden om tijdelijk geen fysiek bezoekwerk te doen, opdat zij geen verspreiders van de ziekte zouden worden. Dit betekent dat voorlopig alle pastorale contacten telefonisch of via e-mail onderhouden dienen te worden. Omwille van de doorgang van het pastorale contact hebben de drie predikanten van de federatie in Zuidhorn daarop besloten – voor de duur van de coronacrisis – zoveel mogelijk tijdens alle kantooruren van alle werkdagen telefonisch bereikbaar te zijn. (Bel of mail gerust!)

Begrijpelijkerwijze maakt menigeen zich grote zorgen. Die zorgen mogen we aan de Heer, onze God, toevertrouwen. Hij is er altijd voor ons, en Hij begeleidt ons ook door deze crisis heen. Laten we tot Hem bidden:

  • voor al de zieken, met name voor hen die getroffen zijn door het coronavirus, dat zij de fysieke en mentale kracht zullen ontvangen, die zij nodig hebben om de ziekteperiode te doorstaan;
  • voor de nabestaanden van degenen die aan de gevolgen van de ziekte overleden zijn;
  • voor de artsen, verpleegkundigen en andere professionals in de gezondheidszorg, dat zij hun werk goed zullen kunnen blijven doen;
  • voor de virologen, dat zij spoedig een vaccin en medicijnen tegen het coronavirus zullen kunnen ontwikkelen;
  • voor bestuurders en leidinggevenden, dat zij adequate maatregelen blijven nemen, om de pandemie af te remmen en in te dammen.

In aansluiting bij dit gebed zouden we Psalm 27, “Mijn licht, mijn heil is Hij, mijn God en Here!”, kunnen lezen of zingen.

Pasen komt eraan. Of we het Paasfeest gezamenlijk, in een publieke, kerkelijke eredienst zullen kunnen vieren, weten we nu nog niet. Maar één ding is zeker: Het wordt Pasen! Dat kan ook door het coronavirus niet tegengehouden worden. En dat is maar goed ook.

Op weg naar Pasen kunnen we het gemeenteleven op creatieve wijze in stand houden. Wij kunnen nog steeds op velerlei wijze solidair zijn. We kunnen elkaar nabijheid en steun bieden door bijvoorbeeld elkaar eens vaker te bellen of te mailen en door eens een aantal kaartjes te sturen naar mensen aan wie wij denken.

Mogen het licht,  de vreugde en de hoop van Pasen sterker zijn dan de schaduw die de coronacrisis dit jaar over de wereld werpt.

Vriendelijke groeten,

Ds. Annemiek Boonstra, Ds. Hester Wouda en Ds. Peter van Ool

Vervolg Pastorale Nieuwsbrief 1, 17 maart 2020

Pastoraat:

Het pastoraat kan doorgang vinden via de telefoon. De pastorale contacten die er zijn zullen we aanhouden door u te bellen. Er zijn ook mensen in beide gemeenten die we nog niet ontmoet hebben. Ook hen proberen we te bellen. Kent u iemand die een telefoontje op prijs stelt, dan horen we het graag. Daarnaast kan ieder gemeentelid dat graag contact wil, even wil praten of pastorale vragen heeft de drie predikanten bellen, zo mogelijk tijdens kantooruren.

Ds. Hester Wouda: 06-19704879

Ds. Peter van Ool: 06-13639611

Ds. Annemiek Boonstra: 06-17585987/ 050-5797636

We zijn blij te horen dat ook in de diaconie wordt nagedacht hoe we de kwetsbare groepen mensen in onze gemeente kunnen ondersteunen.

Bericht van de diaconie:

In deze tijd van onzekerheid willen wij als kerk graag voor u klaar staan. Wij kunnen ons voorstellen dat het doen van boodschappen en het halen van medicijnen lastiger wordt. Graag willen wij onze hulp aanbieden. Als je contact opneemt met 06-46347999 kunnen we telefonisch doorspreken waar de wensen liggen en hoe we het goed kunnen vorm geven.

Begrafenissen:

Ten tijde van overlijden en uitvaartdiensten zullen we moeten kijken hoe we op dat moment met de situatie kunnen omgaan. We zullen daarbij de richtlijnen van de overheid en van de PKN volgen. 

Pastorale brief:

We zullen regelmatig een pastorale brief op de websites plaatsen en per mail versturen. Als u in uw omgeving iemand weet, die niet over een computer beschikt, dan vragen we u of u deze brief wellicht kunt uitprinten en in de brievenbus kunt doen van iemand die dit bericht graag zou ontvangen. Op die manier kunnen we elkaar blijvend  betrekken bij de gemeente.

Pastoraat onderling:

Graag verzoeken we u allemaal om te denken om onze medegemeenteleden en de mensen buiten onze kring. Pak eens wat vaker de telefoon of stuur een mooi kaartje. Op die manier kunnen we contact houden met elkaar in deze bijzondere tijd.

Klokken van Hoop:

Op woensdagavond 18 maart om 19.00 uur zullen namens onze gemeenten de klokken luiden van de Dorpskerk als teken van hoop. Hiermee sluiten we aan bij een landelijke

actie van de Raad van Kerken in Nederland om in deze onzekere tijd een boodschap van bemoediging, hoop en troost te verspreiden. Dit zal de komende drie woensdagen gebeuren (18 en 25 maart en 1 april) van 19.00 – 19.15 uur. Op woensdag 18 maart is ook een Dag van Nationaal Gebed met live stream vanuit de EO-studio met enkele gasten uit de breedte en diversiteit van de kerk. Meer informatie vindt u via de websites.  

Kerkdiensten:

Op dit moment worden er geen kerkdiensten gehouden vanuit onze beider kerken. Op internet en televisie worden op zondag verschillende vieringen uitgezonden. Om 9.20 uur is er een PKN kerkdienst op NPO2.

Koffiedrinken met ZOOM, om 11.00 uur op zondagen:

Graag zouden we willen voorstellen om de komende weken te gaan koffiedrinken met behulp van ZOOM. Hiermee kunnen we een soort conference call tot stand brengen. Ga hiervoor (op uw computer, tablet of smartphone) as. zondag om 11.00 uur naar de volgende link: https://us04web.zoom.us/j/475932859. Het is natuurlijk belangrijk als we op die wijze koffie hebben gedronken met elkaar (als dat zondag werkt), dat u hierover ook even bericht geeft aan mensen die niet mee kunnen doen omdat ze niet online verbonden zijn. Even een telefoontje om de laatste nieuwtjes door te geven en contact te maken kan dan erg belangrijk zijn.

Aanpassen van informatie:

Omdat de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen kan het zijn dat zaken anders georganiseerd worden. We zullen u dan via de websites op de hoogte stellen hiervan.

Bijzondere veertigdagentijd:

Deze veertigdagentijd krijgt in deze omstandigheden een hele andere kleur. Nog maar kort geleden maakten wij enthousiast de start met de veertigdagentijd door de lancering van het diakonale project voor SAVE. Dit project geeft ondersteuning aan meisjes die in India niet naar school kunnen gaan omdat ze in naaiateliers werken. Door middel van de vastenkaart wilden we gaan proberen soberder te leven en daarmee geld te sparen voor het project van SAVE. Het zou mooi zijn als u hier thuis mee door kunt gaan, zodat we de opbrengst alsnog bij elkaar kunnen brengen als we elkaar weer kunnen ontmoeten. Met een mogelijk op handen zijnde economische crisis kan het zijn dat u minder kunt bijdragen. Alle kleine beetjes helpen. Als ieder bijdraagt naar vermogen kunnen we samen toch een mooi bedrag sparen.

Het vreemde is dat dit soort projecten nu naar de achtergrond lijken te verdwijnen, net als allemaal andere zaken die normaal gesproken zo vanzelfsprekend leken, hoewel sociale onthouding zomaar in de 40-dagen tijd kan passen. De focus verschiet al gauw naar het overlevingsinstinct, zoals we zagen bij het hamsteren in de supermarkten. Gelukkig zien we ook juist veel mooie dingen gebeuren, dat mensen delen in plaats van hamsteren. Een briefje in de brievenbus bij mensen in de straat om te vragen of ze iets nodig hebben. Het eetcafé dat eten weg geeft aan minder bedeelden. Op de veertigdagenkalender staat vandaag: ‘Heb uw naaste lief als u zelf’, Marcus 12:31. Een mooie tekst in deze verontrustende tijden.

 

Hartelijke groet,

ds. Hester Wouda, ds. Peter van Ool en ds. Annemiek Boonstra